Artikelen

Kostenverhogende omstandigheden – 7:753

Samenvatting

Als er sprake is van een plotse stijging van de kosten – bijvoorbeeld een stijging van de prijs van hout of ijzer – dan is het de vraag wie die extra kosten moet dragen; de aannemer of de opdrachtgever? Als deze kostenstijging niet de schuld is van de aannemer en hij er ook geen rekening mee had moeten houden, dan kunnen die kosten voor rekening van de opdrachtgever komen. Ook als deze kostenstijging het gevolg is van onjuiste gegevens van de opdrachtgever, bijvoorbeeld omdat hij materiaal heeft opgegeven dat niet geschikt is voor de opdracht, dan komen deze kosten voor rekening van de opdrachtgever. Als de aannemer echter niet tijdig heeft gewaarschuwd voor de kostenstijging – en dat is zo spoedig mogelijk na ontdekking- dan heeft hij zijn waarschuwingsplicht geschonden en kunnen de kosten voor rekening van de aannemer komen.

Verdiepend – Kostenverhogende omstandigheden

Als er na het sluiten van de aannemingsovereenkomst kostenverhogende omstandigheden ontstaan of aan het licht komen 1) zonder dat dit aan de aannemer kan worden toegerekend en 2) de aannemer bij het bepalen van de prijs geen rekening had hoeven te houden met de kans op zulke omstandigheden, dan kan de rechter (op vordering van de aannemer) de overeengekomen prijs geheel of gedeeltelijk aan de kostenverhoging kunnen aanpassen.

Waar het om gaat, zijn omstandigheden waarvan het onterecht is om die kosten door de aannemer te laten dragen. Denk bijvoorbeeld aan een plotse prijsstijging van hout, of andere materialen.

Aanpassing door de rechter – twee voorwaarden

Om dit te bereiken, zijn er twee belangrijke elementen waaraan voldaan moet zijn voordat de rechter de prijs mag aanpassen als gevolg van deze – na het sluiten van de overeenkomst ontstaan of aan het licht gekomen – kostenverhogende omstandigheden.

Ten eerste mogen de omstandigheden niet aan de aannemer kunnen worden toegerekend. Dat is ook logisch, want als de kostenverhogende omstandigheden aan de aannemer toe te rekenen zouden zijn, zou het niet rechtvaardig zijn om ook nog de prijs te verhogen.

Ten tweede had de aannemer bij het sluiten van de overeenkomst geen rekening hoeven houden met de kans op deze omstandigheden. Ook dat is logisch, want als de omstandigheden te verwachten waren, dan hadden ze bij de prijs inbegrepen moeten worden.

Let wel, de rechter kan de prijs aanpassen. Hij (of zij) is daar niet toe verplicht. Dat betekent dat het oordeel van de rechter onder meer zal afhangen van de omstandigheden van het geval.

Aanpassing door de aannemer

De aannemer mag de prijs zonder tussenkomst van de rechter aanpassen, als de hogere kosten het gevolg zijn van door de opdrachtgever verschafte onjuiste gegevens, die voor de prijsbepaling van belang zijn. Let wel, als de aannemer vóór het vaststellen van de prijs had had behoren te ontdekken dat de verschafte gegevens onjuist waren, dan mag hij de prijs niet zelfstandig aanpassen zonder tussenkomst van de rechter. Er moet dus daadwerkelijk sprake zijn van onjuiste gegevens die zijn verstrekt door de opdrachtgever en die de aannemer niet had kunnen corrigeren voordat de prijs werd vastgesteld.

Hierbij is van belang dat het niet hoeft te gaan om fouten. Het gaat eenvoudigweg om – bijvoorbeeld – onjuiste gegevens in het bestek van de opdrachtgever. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat de door de opdrachtgever aangegeven hoeveelheden of kwaliteit van bepaalde materialen niet voldoende of niet bruikbaar zijn voor de uitvoering van het werk. In dat geval mag de aannemer de prijs zonder tussenkomst van de rechter aanpassen naar de juiste prijs die behoort bij de correcte materialen.

Let wel, als de aannemer de onjuistheid van de gegevens al had moeten zien voordat hij de prijs berekenden, dan moet hij de kostenverhoging wel voor zijn rekening nemen.  De beoordeling hiervan hangt af van de omstandigheden van het geval.

Waarschuwingsplicht aannemer

De aannemer heeft een waarschuwingsplicht. Dit houdt in dat hij zo spoedig mogelijk moet waarschuwen voor de noodzaak van een prijsverhoging. Door die waarschuwing kan de opdrachtgever de prijsverhoging voorkomen door tijdig de overeenkomst op te zeggen (ex artikel 7:764 BW), of door een voorstel te doen tot beperking of vereenvoudiging van het werk.

Bronnen:

  • Artikel 7:753 BW
  • Tekst en Commentaar Bouwrecht
  • Kamerstukken II 1992/93, 23 095

Prijs – 7:752

Samenvatting

Als er geen prijs is bepaald, dan is de opdrachtgever een redelijke prijs verschuldigd. Die prijs wordt bepaald aan de hand van de gewoonlijk bedongen prijzen, gangbare prijzen en de gewekte verwachtingen. Als er geen prijs is afgesproken, maar er wel een richtprijs is afgesproken, dan mag die richtprijs met niet meer dan 10% worden overschreden, tenzij de aannemer aan zijn waarschuwingsplicht heeft voldaan en hij de opdrachtgever op tijd heeft gewaarschuwd voor de overschrijding van de richtprijs.

Verdiepend – Redelijke prijs

Als de prijs bij het sluiten van de overeenkomst niet is bepaald of slechts een richtprijs is bepaald, dan is de opdrachtgever een redelijke prijs verschuldigd. Bij de bepaling van de prijs wordt rekening gehouden met de door de aannemer ten tijde van het sluiten van de overeenkomst gewoonlijk bedongen prijzen en met de door hem ter zake van de vermoedelijke prijs gewekte verwachtingen.

Gewoonlijk bedongen prijzen,  gangbare prijzen en door de aannemer gewekte verwachtingen

Bij het bepalen van de redelijke prijs wordt rekening gehouden met de prijzen die de aannemer op het moment van het sluiten van de overeenkomst gewoonlijk voor andere werken bedong. Als deze wijze van bepalen van de gewoonlijke prijs niet wordt aangetoond of buitensporig is, dan kan men onder meer rekening houden met de gangbare prijzen. Als de aannemer bepaalde verwachtingen heeft gewekt, bijvoorbeeld omdat hij een indicatie heeft gegeven, dan spelen die verwachtingen ook een rol. Let wel, het is afhankelijke van de omstandigheden van het geval of en in hoeverre die indicatie door de rechter wordt mee gewogen.

10% overschrijding van de richtprijs, tenzij er tijdig is gewaarschuwd

Als er een richtprijs was bepaald, dan zal deze richtprijs met niet meer dan 10% mogen worden overschreden, tenzij de aannemer de opdrachtgever zo tijdig mogelijk voor de waarschijnlijkheid van een verdere overschrijding heeft gewaarschuwd, om hem de gelegenheid te geven het werk alsnog te beperken of te vereenvoudigen. De aannemer zal binnen de grenzen van het redelijke aan zulke beperking of vereenvoudiging moeten meewerken.

Dit maximum van 10% overschrijding van de richtprijs geldt niet alleen op aannemingen van werk waarbij de (richt)prijs los staat van de bij de overeenkomst geschatte tijdsduur, maar is ook van toepassing op aannemingen van werk waarbij de prijs wèl afhankelijk is gesteld van de bij de overeenkomst geschatte tijdsduur voor de uitvoering van het werk.

Bronnen:

  • Artikel 7:752 BW
  • Tekst en Commentaar Bouwrecht
  • Kamerstukken II 1992/93, 23 095

Onderaanneming – 7:751

Samenvatting

Een aannemer mag werk uitbesteden aan een onderaannemer. Echter, als die onderaannemer een fout heeft gemaakt, dan is de aannemer aansprakelijk. Immers, de overeenkomst van aanneming is tussen de opdrachtgever en de aannemer. Er is geen overeenkomst tussen de opdrachtgever en de onderaannemer. De opdrachtgever kan alleen onder bepaalde omstandigheden de onderaannemer (die de fout heeft gemaakt) aansprakelijk stellen.

Verdiepend – Onderaanneming

De aannemer mag het werk door anderen laten uitvoeren, zolang hijzelf de leiding over het gehele werk houdt.

Slechts ten aanzien van onderdelen mag hij de leiding ook aan anderen overlaten  (zoals een onderaannemer). Als een onderdeel wordt uitgevoerd door een onderaannemer, is het echter toch de aannemer die aansprakelijk blijft voor deugdelijke nakoming van de overeenkomst.

Aansprakelijkheid van de onderaannemer 

Het is belangrijk om te onthouden dat de onderaannemer alleen een overeenkomst heeft met de aannemer en niet met de onderaannemer. De onderaannemer wordt te werk gezet door de aannemer en heeft dan ook alleen een overeenkomst met de aannemer. Dat betekent dat de opdrachtgever op grond van het contract wèl de aannemer kan aanspreken (met wie hij immers een contract heeft) maar niet de onderaannemer (want daar heeft de opdrachtgever geen contract mee).

In het Nederlandse recht is het zo dat men – kort gezegd – ofwel op basis van een contract iemand kan aanspreken, ofwel op basis van een “onrechtmatige daad“, het wellicht bekende artikel 6:162 BW. Men beroept zich op een onrechtmatige daad als er geen contract is. Bijvoorbeeld als iemand heeft gehandeld in strijd met een wettelijke plicht (bijvoorbeeld te hard rijden) of in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (hiervan is sprake als er geen wettelijke regeling is, maar de handeling alleen in strijd is met ongeschreven recht).

Nu is het zo dat tekortschieten door de onderaannemer (in zijn overeenkomst met de aannemer) geen onrechtmatige daad oplevert jegens de opdrachtgever. Daarom is het van belang dat de aannemer aansprakelijk blijft voor de deugdelijke nakoming van de overeenkomst. Echter, de vraag of er een onrechtmatige daad is gepleegd door de onderaannemer jegens de opdrachtgever is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In de jurisprudentie is bepaald dat het onder omstandigheden toch zo kan zijn dat de onderaannemer “bij de uitvoering van het werk mede jegens [eiser] onzorgvuldig te werk is gegaan en aldus heeft gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer jegens [eiser] betaamt.”

HR 20 januari 2012, LJN BT7496; NJ 2012/59 (Wierts/Visseren), onder verwijzing naar HR 24 september 2004, NJ 2008/587 (Vleesmeesters/ALOG).

Conclusie

Als een onderaannemer een fout heeft gemaakt, heeft de opdrachtgever de meeste kans van slagen met een vordering tegen de aannemer en niet tegen de onderaannemer. De vordering tegen de aannemer kan de opdrachtgever eenvoudig baseren op de overeenkomst.

De opdrachtgever kan alleen onder bepaalde omstandigheden de onderaannemer (die de fout heeft gemaakt) aansprakelijk stellen.

Bronnen:

  • Artikel 7:751 BW
  • Tekst en Commentaar Bouwrecht
  • Kamerstukken II 1992/93, 23 095

Wat is “Aanneming van werk in het algemeen” – 7:750

Samenvatting

“Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren, tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld.” – artikel 7:750 BW.

Er zijn twee soorten van aanneming van werk. Op de eerste vorm, de aanneming van werk in het algemeen, zijn de algemene regels van toepassing. Op de tweede vorm, de aanneming van werk voor bouw van een eigen woning (dus wanneer u een aannemer aanneemt om uw woning te bouwen) zijn – naast de algemene regels –  een aantal extra regels van toepassing.

Let wel, deze regels zijn van regelend recht. Dat betekent dat men kan overeenkomen dat er andere regels van toepassing zijn, zoals de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), de

  •  Uniforme administratieve voorwaarden voor geïntegreerde contractvormen 2005 (UAV-GC 2005), of
  • De Nieuwe Regeling 2011 – Rechtsverhouding opdrachtgever – architect, ingenieur en adviseur DNR 2011 (DNR 2011). Hierover vindt u meer in één van de andere artikelen.

 

Verdiepend – Wat is “Aanneming van werk” – 7:750 BW

Kort gezegd zijn er twee soorten aanneming van werk.

Ten eerste is er de overkoepelende “Aanneming van werk in het algemeen“. Op die Aanneming van werk in het algemeen zijn een aantal algemene wettelijke regels van toepassing. Denk onder meer aan regels omtrent kostenverhogende omstandigheden, de waarschuwingsplicht van de aannemer, meerwerk, niet of niet op tijd opleveren, ontbinding, enzovoort. Op ieder van deze onderwerpen zal in een apart artikel worden ingegaan.

De tweede categorie van aanneming van werk, “De bouw van een woning in opdracht van een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, hierna te noemen “Aanneming van werk voor een eigen woning“, is een subcategorie van de Aanneming van werk in het algemeen. Deze subcategorie ziet op de situatie dat een particulier persoon (dus geen bedrijf) een aannemer de opdracht geeft om een woning te bouwen. Op de regels die van toepassing zijn op de Aanneming bij de bouw van een eigen woning wordt in een andere reeks van artikelen ingegaan.

Definitie van Aanneming van werk

Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren, tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld.

Houdt in gedachten dat de tegenprestatie niet per se uit betaling van geld hoeft te bestaan. Als de tegenprestatie echter niet uit geld bestaat, dan zijn de wetsartikelen omtrent aanneming van werk alleen van toepassing, voor zover de aard van de tegenprestatie zich daartegen niet verzet. In dit artikel zal hier verder niet op in worden gegaan, maar mocht u hier vragen over hebben dan kunt u uiteraard een bericht achter laten.

Er moet sprake zijn van de volgende elementen:

Een werk van stoffelijke aard

  • Kort gezegd moet het werk tastbaar zijn. Denk aan een woning.

Tot stand brengen en opleveren

  • Het werk moet niet alleen tot stand worden gebracht, maar moet ook worden opgeleverd. Daarover meer in een ander artikel.

Buiten dienstbetrekking 

  • Dit element is van belang, omdat er geen sprake mag zijn van een arbeidsovereenkomst.

Prijs

  • Er zijn verschillende manieren om de prijs vast te stellen. Zo kan men een vaste prijs (aanneemsom) overeen komen of juist geen vaste prijs. Een voorbeeld van een overeenkomst waarbij geen vaste prijs is overeengekomen, is een Regieovereenkomst. Een Regieovereenkomst wordt met name gebruikt indien van tevoren niet goed kan worden bepaald welke werkzaamheden moeten worden verricht en heeft met name tot doel om te bewerkstelligen dat al de verrichte werkzaamheden worden vergoed.

Prijs in geld

  • Dit kan ook in buitenlandse valuta worden bepaald.

Opdrachtgever

  • Er moet een opdrachtgever zijn.

Als aan deze elementen is voldaan, is sprake van Aanneming van werk in het algemeen en zijn in beginsel de regels van Aanneming van werk in het algemeen uit het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

Wel Aanneming van werk, toch andere regels

De regels van Aanneming van werk zijn regelend recht en men mag daar van afwijken door eigen afspraken te maken. Dit kan onder meer door in de algemene voorwaarden op te nemen dat de UAV 2012, UAV-GC2005 of de DNR 2011 van toepassing zijn in de plaats van de regels van het Burgerlijk Wetboek.

Hierover vindt u meer informatie in één van de andere artikelen op deze site.

  • UAV 2012          = Uniforme Administratie Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012
  • UAV-GC 2005  = Uniforme administratieve voorwaarden voor geïntegreerde contractvormen 2005
  • DNR 2011           = De Nieuwe Regeling 2011 – Rechtsverhouding opdrachtgever – architect, ingenieur en adviseur DNR 2011.

Bronnen:

  • Artikel 7:750 BW
  • Tekst en Commentaar Bouwrecht
  • Kamerstukken II 1992/93, 23 095

Vereisten voor een geldig ontslag op staande voet 7:677

Samenvatting

Voor een geldig ontslag op staande voet moet voldaan zijn aan de volgende eisen en voorwaarden.

  1. Er moet sprake zijn van een dringende reden.
  2. Er moet vrijwel direct worden opgezegd (“onverwijld”).
  3. Tegelijkertijd met het ontslag, moet de dringende reden worden medegedeeld.

Verdiepend – Vereisten voor een geldig ontslag op staande voet.

Het komt voor dat een werknemer op staande voet wordt ontslagen. Een ontslag op staande voet heeft ingrijpende gevolgen voor beide partijen en er worden dan ook strenge eisen aan een ontslag op staande voet gesteld. In dit artikel zal worden ingegaan op de vereisten voor een geldig ontslag op staande voet, ook wel bekend als een opzegging wegens dringende reden.

Voor een geldig ontslag op staande voet moet voldaan zijn aan de volgende eisen en voorwaarden.

  1. Er moet sprake zijn van een dringende reden.
  2. Er moet vrijwel direct worden opgezegd (“onverwijld”).
  3. Tegelijkertijd met het ontslag, moet de dringende reden worden medegedeeld.

1. Dringende redenen

Voor de werkgever worden als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Dringende redenen zullen onder andere aanwezig geacht kunnen worden:

  1. wanneer de werknemer bij het sluiten van de overeenkomst de werkgever heeft misleid door het vertonen van valse of vervalste getuigschriften, of deze opzettelijk valse inlichtingen heeft gegeven omtrent de wijze waarop zijn vorige arbeidsovereenkomst is geëindigd;
  2. wanneer hij in ernstige mate de bekwaamheid of geschiktheid blijkt te missen tot de arbeid waarvoor hij zich heeft verbonden;
  3. wanneer hij zich ondanks waarschuwing overgeeft aan dronkenschap of ander liederlijk gedrag;
  4. wanneer hij zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering, bedrog of andere misdrijven, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt;
  5. wanneer hij de werkgever, diens familieleden of huisgenoten, of zijn medewerknemers mishandelt, grovelijk beledigt of op ernstige wijze bedreigt;
  6. wanneer hij de werkgever, diens familieleden of huisgenoten, of zijn medewerknemers verleidt of tracht te verleiden tot handelingen, strijdig met de wetten of de goede zeden;
  7. wanneer hij opzettelijk, of ondanks waarschuwing roekeloos, eigendom van de werkgever beschadigt of aan ernstig gevaar blootstelt;
  8. wanneer hij opzettelijk, of ondanks waarschuwing roekeloos, zich zelf of anderen aan ernstig gevaar blootstelt;
  9. wanneer hij bijzonderheden aangaande de huishouding of het bedrijf van de werkgever, die hij behoorde geheim te houden, bekendmaakt;
  10. wanneer hij hardnekkig weigert te voldoen aan redelijke bevelen of opdrachten, hem door of namens de werkgever verstrekt;
  11. wanneer hij op andere wijze grovelijk de plichten veronachtzaamt, welke de arbeidsovereenkomst hem oplegt;
  12. wanneer hij door opzet of roekeloosheid buiten staat geraakt of blijft de bedongen arbeid te verrichten.

Overigens zijn bedingen waarbij aan de werkgever de beslissing wordt overgelaten of er een dringende reden in de zin van artikel 677 lid 1 aanwezig is, nietig. Dat betekent dat ze geacht worden niet te hebben bestaan.

2. Onverwijld opzeggen

Een ontslag op staande voet moet onverwijld – met andere woorden: direct – worden aangezegd. Echter, zolang er voortvarend wordt gehandeld, is er gelegenheid voor:

i.          het instellen van een onderzoek naar diefstal,

ii.          het horen van de werknemer,

iii.          voor intern overleg en

iv.          voor het inwinnen van (juridisch) advies.

Ook mag worden gewacht totdat degene die bevoegd is om het ontslag te verlenen is gearriveerd. Het gaat er om dat de werkgever na het ontdekken van de dringende reden onverwijld ontslag verleent. Let op: te lang wachten met het instellen van een onderzoek naar een mogelijke dringende reden is in strijd met de eis van onverwijldheid.

3. Dringende reden mededelen

De ontslagreden moet tegelijk met het ontslag worden medegedeeld. De werknemer moet namelijk aan de hand van de ontslagreden zijn standpunt kunnen bepalen. De medegedeelde reden fixeert in beginsel de ontslagreden en kan later dus niet worden aangepast.

Afsluitend

Als u voorbereid wilt zijn op het geven van een ontslag op staande voet of als u op staande voet ontslagen bent en u zeker wilt weten of dat correct is gebeurd – of u wilt daar tegen in gaan – dan kunt u uiteraard contact opnemen voor nadere vragen en informatie.

 Bronnen:

  • Artikel 7:677 tot en met 7:679 BW
  • Tekst en Commentaar Arbeidsrecht
  • Kamerstukken TK