Home » Contractenrecht » Intellectuele eigendom

Categorie archief: Intellectuele eigendom

Wat zijn Auteursrechten – 12 t/m 14 Aw

Samenvatting

Het auteursrecht is het recht om jouw auteursrechtelijk beschermde werk openbaar te maken en te verveelvoudigen.

Onder openbaar maken wordt – kort gezegd – verstaan het openbaar maken, verbreiden, verhuren, uitlenen, voordragen, opvoeren (toneelvoorstelling), uitzenden (van bijvoorbeeld een film op tv) van het hele of gedeeltelijke werk of van een verveelvoudiging daarvan.

Onder verveelvoudigen wordt – kort gezegd – verstaan iedere gehele of gedeeltelijke bewerking of nabootsing in gewijzigde vorm, welke niet als een nieuw, oorspronkelijk werk moet worden aangemerkt. Denk aan het kopiëren van een boek, het vastleggen van muziek op een cd, enzovoorts.

Verdiepend – Wat zijn Auteursrechten

Openbaar maken en verveelvoudigen

Het auteursrecht is het recht om jouw auteursrechtelijk beschermde werk openbaar te maken en te verveelvoudigen.

Onder de openbaarmaking van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt onder andere verstaan:

  1. de openbaarmaking van een verveelvoudiging van het geheel of een gedeelte van het werk;
  2. de verbreiding van het geheel of een gedeelte van het werk of van een verveelvoudiging daarvan, zolang het niet in druk verschenen is;
  3. het verhuren of uitlenen van het geheel of een gedeelte van een exemplaar van het werk met uitzondering van bouwwerken en werken van toegepaste kunst, of van een verveelvoudiging daarvan die door de rechthebbende of met zijn toestemming in het verkeer is gebracht;
  4. de voordracht, op- of uitvoering of voorstelling in het openbaar van het geheel of een gedeelte van het werk of van eene verveelvoudiging daarvan;
  5. het uitzenden van een in een radio- of televisieprogramma opgenomen werk door middel van een satelliet of een andere zender of een omroepnetwerk als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008.

Overigens is onder bepaalde omstandigheden geen sprake van openbaar maken, bijvoorbeeld als een film wordt gekeken met vrienden of een toneelvoorstelling wordt gegeven op school en – in beide gevallen – er geen entree wordt gevraagd. Een cafe valt hier niet onder.

De maker van een op een fonogram vastgelegd werk van letterkunde, wetenschap of kunst kan aan de producent het verhuurrecht overdragen, maar de producent blijft dan een billijke vergoeding verschuldigd aan de maker.

Als een specifiek exemplaar van een werk met toestemming op de markt is gebracht – met andere woorden als in de winkel een boek wordt gekocht – dan is het nogmaals verkopen van dat boek géén inbreuk op het auteursrecht. Het zou wel een inbreuk zijn als dat boek vervolgens door die consument wordt verhuurd.

Verveelvoudigen

Onder de verveelvoudiging van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt onder andere verstaan de vertaling, de muziekschikking, de verfilming of toneelbewerking en in het algemeen iedere gehele of gedeeltelijke bewerking of nabootsing in gewijzigde vorm, welke niet als een nieuw, oorspronkelijk werk moet worden aangemerkt.

Onder het verveelvoudigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt mede verstaan het vastleggen van dat werk of een gedeelte daarvan op enig voorwerp dat bestemd is om een werk ten gehore te brengen of te vertonen.

  • Bronnen:

 

  • Artikel 12 tot en met 14 Auteurswet

 

 

Wie is Auteursrechthebbende – 4 t/m 9 Aw

Samenvatting

De maker van een werk is de auteursrechthebbende. Er zijn echter situaties waarin iemand anders wordt gezien als de maker en auteursrechthebbende:

  • Als je in dienst van iemand een werk maakt;
  • Als je onder leiding en toezicht van iemand een werk maakt;
  • Als een organisatie een werk openbaart alsof ze de maker is.

Verdiepend – Wie heeft Auteursrecht

De maker

Het vestigen van een auteursrecht is vormvrij. Dat betekent dat je een auteursrecht op een werk verkrijgt, door het werk te maken. De maker van een werk is dus auteursrechthebbende op dat werk.

Er zijn echter uitzonderingen.

  • Als je een werk maakt naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, dan wordt deze als de maker van dat werk aangemerkt.
  • Als werk bestaat uit verschillende werken (bijvoorbeeld een catalogus van kunstwerken) dan wordt die catalogus als een nieuw werk gezien en is de maker van de catalogus (en dus niet de makers van de werken die erin staan) de maker en auteursrechthebbende.
  • Als je werk verricht in dienst van een ander en dat werk bestaat uit het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt (tenzij jij en je werkgever iets anders overeen zijn gekomen),  degene in wiens dienst jij de werken hebt gemaakt, gezien als de maker van het werk en auteursrechthebbende. Dat betekent dat jouw werkgever dus de maker van en auteursrechthebbende op het werk is.
  • Indien een openbare instelling, een vereniging, stichting of vennootschap, een werk als van haar afkomstig openbaar maakt, zonder daarbij enig natuurlijk persoon als maker ervan te vermelden, dan wordt zij als de maker van dat werk aangemerkt. Dit laatste geldt niet, indien bewezen wordt dat de openbaarmaking onder de bedoelde omstandigheden onrechtmatig was.
  • Overigens wordt degene die bij een werk vermeld wordt als maker, wettelijk gezien vermoed de maker te zijn. Dan zal de échte maker dus moeten bewijzen dat niet degenen die vermeld wordt, maar dat híj de maker is.

Bronnen:

  • Artikel 4 Auteurswet
  • Artikel 5 Auteurswet
  • Artikel 6 Auteurswet
  • Artikel 7 Auteurswet
  • Artikel 8 Auteurswet
  • Artikel 9 Auteurswet

Waar heeft men Auteursrecht op – 10 Aw

Samenvatting

Men heeft auteursrecht op werken van letterkunde, wetenschap of kunst. Kort gezegd: tekst- en beeldmateriaal.

Verdiepend – Waar heeft men Auteursrecht op

 Waar heeft men Auteursrecht op –  Werken van letterkunde, wetenschap of kunst

Men heeft auteursrecht op werken van letterkunde, wetenschap of kunst. Daaronder wordt verstaan:

  1. boeken, brochures, nieuwsbladen, tijdschriften en alle andere geschriften;
  2. toneelwerken en dramatisch-muzikale werken;
  3. mondelinge voordrachten;
  4. choreografische werken en pantomimes;
  5. muziekwerken met of zonder woorden;
  6. teken-, schilder-, bouw- en beeldhouwwerken, lithografieën, graveer- en andere plaatwerken;
  7. aardrijkskundige kaarten;
  8. ontwerpen, schetsen en plastische werken, betrekkelijk tot de bouwkunde, de aardrijkskunde, de plaatsbeschrijving of andere wetenschappen;
  9. fotografische werken;
  10. filmwerken;
  11. werken van toegepaste kunst en tekeningen en modellen van nijverheid;
  12. computerprogramma’s en het voorbereidend materiaal;

en in het algemeen ieder voortbrengsel op het gebied van letterkunde, wetenschap of kunst, op welke wijze of in welken vorm het ook tot uitdrukking zij gebracht.

Let op, er zijn een aantal uitzonderingen. Computerprogramma’s behoren bijvoorbeeld niet tot de onder punt 1 genoemde geschriften. Op computerprogramma’s is – binnen de Auteurswet – een aparte regeling van toepassing. Indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, behoren ook databanken niet tot de onder punt 1 genoemde geschriften. Ook daarop is een aparte regeling van toepassing, namelijk de Databankenwet. Overigens heeft men naast de rechten die voortvloeien uit de Databankenwet ook een auteursrecht op een databank. Houdt er ook rekening mee dat op een gewijzigd werk, bijvoorbeeld op een vertaling, een zelfstandig auteursrecht rust van de vertaler, náást het auteursrecht van de oorspronkelijke maker.

 Bronnen:

  • Artikel 10 Auteurswet

Vijf soorten merken

Samenvatting

Er zijn verschillende soorten merkinschrijving. De vier belangrijkste merken voor een Nederlandse ondernemer zijn:

  1. Nationale inschrijving: voor ieder land een aparte inschrijving doen. Voor Nederland is dit een Beneluxmerk. Kosten hiervan zijn ongeveer 250 euro. Een Beneluxmerk is voor een Nederlandse ondernemer sterk aan te raden, omdat het relatief goedkoop is en omdat u altijd een merkaanvraag kunt doen voor een enkel land waar u naartoe exporteert (zoals Duitsland). Bovendien is het Beneluxmerk vereist als u een Internationale merkinschrijving wilt doen (zie hierna).
  2. Europese inschrijving: één Gemeenschapsmerk voor de hele EU. Kosten zijn ongeveer 900-1.600 euro. Als in één Europees land een oudere merkinschrijving is, dan gaat de hele inschrijving niet door.
  3. Internationale inschrijving: één inschrijving waarmee u een bundel van nationale inschrijvingen verkrijgt. Hierbij kunt u óók landen van buiten de Europese Unie aanwijzen. Voor een internationale merkinschrijving hebt u eerst een Beneluxinschrijving nodig.
  4. Internationale inschrijving voor de EU: U kunt ook de EU aanwijzen als ‘land’ waarvoor u een Internationale inschrijving wenst, zodat u een Internationale aanvraag krijgt met als aangewezen ‘land’ de EU. Voordeel daarvan is dat het bestaan van één oudere merkinschrijving in een Europees land wél een Gemeenschapsmerkaanvraag zou frustreren, maar niet een Internationale inschrijving die op deze wijze wordt gedaan.
  5. Afrikaanse inschrijving: indien u zaken wilt doen in Afrika.

Verdieping – de verschillen tussen de merkinschrijvingen

Er zijn verschillende soorten merkinschrijvingen. Hierna vindt u de vier soorten merken die voor de Nederlandse ondernemer het meest van belang zijn.

Een nationale inschrijving

Dit houdt in dat u in ieder land een aparte merkinschrijving doet. Belgie, Nederland en Luxemburg hebben hun krachten gebundeld en bieden één merkinschrijving aan voor de drie landen in één inschrijving. Dit is het Beneluxmerk. Zoals een Duits merk alleen geldt binnen Duitland, zo geldt een Beneluxmerk binnen de Benelux. Registratie van uw Beneluxmerk vindt plaats door het Benelux Office for Intellectual Property (BOIP). In het Nederlands: Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). U kunt terecht op hun website www.boip.int. Daar kunt u in hun merkenregister nagaan of uw merk al als een Beneluxmerk is geregistreerd. De wijze van inschrijving in andere landen is afhankelijk van hun nationale wetgeving. Voor een Beneluxmerk moet u rekenen op grofweg 250 euro. De tarieven verschillen per land.

Een Europese inschrijving

Dit houdt indat u één inschrijving doet voor heel Europa. Dit heet het Gemeenschapsmerk en geldt binnen de EU. U verkrijgt een Gemeenschapsmerk door middel van registratie van uw merk bij de Office for Harmonization in the Internal Market (OHIM). In het Nederlands: Bureau voor Harmonisatie binnen de Interne Markt (BHIM). U kun terecht op hun website oami.europa.eu. Daar kunt u ook hun merkenregister raadplegen en nagaan of uw merk al als een Europees merk is geregistreerd. Voor een Gemeenschapsmerk moet u rekenen op grofweg 900-1.600 euro. Een Gemeenschapsmerkaanvraag kan 12 tot 18 maanden duren. Let wel: door één ouder merk in één van de landen kan de gehele aanvraag worden afgewezen. Een Gemeenschapsmerk wordt namelijk ofwel in zijn geheel, of geheel niet toegewezen. Wel kunt u uw aanvraag omzetten in een bundel nationale aanvragen voor de landen waar uw aanvraag wel mogelijk is (tegen betaling). Een Gemeenschapsmerk geldt in beginsel 10 jaar.

Een internationale inschrijving

Dit houdt in dat u één inschrijving doet waarmee u een bundel van nationale inschrijvingen verkrijgt. Dit is het Internationaal merk en geldt binnen de landen die aangesloten zijn bij het Verdrag van Madrid 1967 en het aanvullende Protocol van Madrid 1989 – zie het onderaan dit artikel bijgevoegde bestand met deelnemende landen. U verkrijgt een Internationaal merk door middel van registratie bij de World Intellectual Property Organization (WIPO). Aangezien een Internationale inschrijving verloopt via het bureau in het land van oorsprong, hebt u eerst een Benelux-inschrijving nodig. U kunt terecht op de website van de WIPO via www.wipo.int. U kunt met één aanvraag een inschrijving verkrijgen een zeer groot aantal landen – zowel Europees als niet-Europees – waaronder de Verenigde Staten,  Japan, Rusland, China en Australië.

Een internationale inschrijving met als aangewezen land de EU

De vierde optie is een combinatie van een Gemeenschapsmerk en een Internationaal merk en valt uiteen in twee alternatieven. Het eerste alternatief is dat men – kort gezegd – een Internationaal merk kan baseren op een Gemeenschapsmerk. Dat betekent dat voor de nationale aanvraag  bij het bureau van oorsprong, het Gemeenschapsmerk wordt gezien als basisinschrijving (in plaats van het Beneluxmerk). Het tweede alternatief is dat men in de Internationale merkaanvraag normaalgesproken de landen kan aanwijzen waarvoor men een Internationaal merk wenst en dat men nu ook de EU kan aanwijzen als “land” waarvoor men de aanvraag wenst. Voordeel daarvan is dat het bestaan van één oudere merkinschrijving in een Europees land wél een Gemeenschapsmerkaanvraag zou frustreren, maar niet een Internationale inschrijving die op deze wijze wordt gedaan.

Afrika

Verder is er ook het African Regional Intellectual Property ORganization (aripo) indien u zaken verwacht te doen in Afrika. Hun website is www.aripo.org.

Bronnen:

  • www.boip.int
  • Beneluxmerkenwet
  • oami.europa.eu
  • Council of the European Union: Council Regulation (EC) No 40/94 of 20 December 1993 on the Community trade mark (the “CTMR”)
  • www.wipo.int
  • Madrid Agreement
  • Protocol relating to the MAdrid Agreement
  • aripo.org