Home » Nuttig voor de ondernemer

Categorie archief: Nuttig voor de ondernemer

Bestuurdersaansprakelijkheid

Samenvatting

Naast de wettelijke grondslagen voor bestuurdersaansprakelijkheid op grond van het vennootschapsrecht, zijn er twee belangrijke (vuist)regels voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder. Een bestuurder kan persoonlijk aansprakelijk zijn in de volgende gevallen:

  1. Een verplichting aangaan terwijl men weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet zal kunnen nakomen (en geen verhaal zal bieden voor ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade).
  2. Ervoor zorgen dat de vennootschap een eerder aangegane overeenkomst niet nakomt (en daardoor aan de wederpartij van de vennootschap schade berokkent).

Verdieping – Bestuurdersaansprakelijkheid

In beginsel is de bestuurder van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV) niet persoonlijk aansprakelijk voor schulden van de BV.

Persoonlijke aansprakelijkheid

Er zijn echter een aantal  wettelijke grondslagen op grond waarvan de bestuurder van een BV wel degelijk persoonlijk aansprakelijk kan zijn voor schulden van de BV. In die gevallen kan een schuldeiser van de BV zijn vordering verhalen op het privévermogen van de bestuurder van die BV.

Eén voorbeeld van deze wettelijke grondslagen is de situatie dat er een rechtshandeling is verricht door een bestuurder van en namens een BV in oprichting. Indien die rechtshandeling vervolgens niet wordt bekrachtigd door de BV wanneer de oprichting van die BV is voltooid, dan is die bestuurder met zijn privé-vermogen aansprakelijk. Als u een BV io hebt en een auto aanschaft namens de BV io, maar vervolgens na oprichting van de BV de koop van die auto niet bekrachtigd, dan blijft u als bestuurder met uw privé-vermogen aansprakelijk voor de koopsom van die auto. De verkoper van de auto kan dus bij u persoonlijk aankloppen voor de koopsom.

Naast de wettelijke grondslagen die direct op het BV-recht zijn gebaseerd (zoals het vorige voorbeeld), zijn er ook grondslagen die gebaseerd zijn op het algemene aansprakelijkheidsrecht, namelijk de onrechtmatige daad. Een onrechtmatige daad is een open norm die op veel verschillende wijzen kan worden ingevuld.

Twee vuistregels

Uit de jurisprudentie vloeien twee belangrijke regels voort die aangeven wat een onrechtmatige daad is die zorgt voor privé-aansprakelijkheid van een bestuurder. Daarom zijn die twee regels voor iedere bestuurder/ondernemer belangrijk om te onthouden. U kunt ze namelijk in gedachten houden teneinde zelf fouten te voorkomen. Daarnaast kunt u ze ook gebruiken om de bestuurder van een failliete BV aansprakelijk te stellen. U kunt dan de vordering die u op de failliete BV hebt – bijvoorbeeld de koopsom van een partij hout – verhalen op de bestuurder van die failliete BV.

Kort gezegd zijn die twee grondslagen de volgende:

  1. Een verplichting aangaan terwijl men weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet zal kunnen nakomen (en geen verhaal zal bieden voor ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade). Zie onder meer NJ 1990, 286, Beklamel; NJ 1994, 766 Romme/Bakker; NJ 1999, 148, Veenbrink/Baarsma; en NJ 2000, 35, Verlinden/NBM.
  2. Ervoor zorgen dat de vennootschap een eerder aangegane overeenkomst niet nakomt (en daardoor aan de wederpartij van de vennootschap schade berokkent). Zie NJ 2006, 659 Ontvanger/Roelofsen.

Als een bestuurder één van deze regels schend, kan hij persoonlijk aansprakelijk zijn voor de geleden schade. Let wel: dit is een uiterst summiere beschrijving van een uitgebreid leerstuk. ER zijn meerdere vereisten waaraan moet worden voldaan. De hierboven genoemde regels zijn slechts te gebruiken als vuistregels. Voor een concreet juridisch advies dienen alle relevante feiten en omstandigheden meegewogen te worden.

Bronnen:

  • Artikel 6:162 BW;
  • Artikel 2: 203 BW;
  • Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek boek 2;
  • Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek boek 6;
  • NJ 1990, 286, Beklamel;
  • NJ 1994, 766 Romme/Bakker;
  • NJ 1999, 148, Veenbrink/Baarsma;
  • NJ 2000, 35, Verlinden/NBM;
  • NJ 2006, 659 Ontvanger/Roelofsen.
Advertenties

Vijf soorten merken

Samenvatting

Er zijn verschillende soorten merkinschrijving. De vier belangrijkste merken voor een Nederlandse ondernemer zijn:

  1. Nationale inschrijving: voor ieder land een aparte inschrijving doen. Voor Nederland is dit een Beneluxmerk. Kosten hiervan zijn ongeveer 250 euro. Een Beneluxmerk is voor een Nederlandse ondernemer sterk aan te raden, omdat het relatief goedkoop is en omdat u altijd een merkaanvraag kunt doen voor een enkel land waar u naartoe exporteert (zoals Duitsland). Bovendien is het Beneluxmerk vereist als u een Internationale merkinschrijving wilt doen (zie hierna).
  2. Europese inschrijving: één Gemeenschapsmerk voor de hele EU. Kosten zijn ongeveer 900-1.600 euro. Als in één Europees land een oudere merkinschrijving is, dan gaat de hele inschrijving niet door.
  3. Internationale inschrijving: één inschrijving waarmee u een bundel van nationale inschrijvingen verkrijgt. Hierbij kunt u óók landen van buiten de Europese Unie aanwijzen. Voor een internationale merkinschrijving hebt u eerst een Beneluxinschrijving nodig.
  4. Internationale inschrijving voor de EU: U kunt ook de EU aanwijzen als ‘land’ waarvoor u een Internationale inschrijving wenst, zodat u een Internationale aanvraag krijgt met als aangewezen ‘land’ de EU. Voordeel daarvan is dat het bestaan van één oudere merkinschrijving in een Europees land wél een Gemeenschapsmerkaanvraag zou frustreren, maar niet een Internationale inschrijving die op deze wijze wordt gedaan.
  5. Afrikaanse inschrijving: indien u zaken wilt doen in Afrika.

Verdieping – de verschillen tussen de merkinschrijvingen

Er zijn verschillende soorten merkinschrijvingen. Hierna vindt u de vier soorten merken die voor de Nederlandse ondernemer het meest van belang zijn.

Een nationale inschrijving

Dit houdt in dat u in ieder land een aparte merkinschrijving doet. Belgie, Nederland en Luxemburg hebben hun krachten gebundeld en bieden één merkinschrijving aan voor de drie landen in één inschrijving. Dit is het Beneluxmerk. Zoals een Duits merk alleen geldt binnen Duitland, zo geldt een Beneluxmerk binnen de Benelux. Registratie van uw Beneluxmerk vindt plaats door het Benelux Office for Intellectual Property (BOIP). In het Nederlands: Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). U kunt terecht op hun website www.boip.int. Daar kunt u in hun merkenregister nagaan of uw merk al als een Beneluxmerk is geregistreerd. De wijze van inschrijving in andere landen is afhankelijk van hun nationale wetgeving. Voor een Beneluxmerk moet u rekenen op grofweg 250 euro. De tarieven verschillen per land.

Een Europese inschrijving

Dit houdt indat u één inschrijving doet voor heel Europa. Dit heet het Gemeenschapsmerk en geldt binnen de EU. U verkrijgt een Gemeenschapsmerk door middel van registratie van uw merk bij de Office for Harmonization in the Internal Market (OHIM). In het Nederlands: Bureau voor Harmonisatie binnen de Interne Markt (BHIM). U kun terecht op hun website oami.europa.eu. Daar kunt u ook hun merkenregister raadplegen en nagaan of uw merk al als een Europees merk is geregistreerd. Voor een Gemeenschapsmerk moet u rekenen op grofweg 900-1.600 euro. Een Gemeenschapsmerkaanvraag kan 12 tot 18 maanden duren. Let wel: door één ouder merk in één van de landen kan de gehele aanvraag worden afgewezen. Een Gemeenschapsmerk wordt namelijk ofwel in zijn geheel, of geheel niet toegewezen. Wel kunt u uw aanvraag omzetten in een bundel nationale aanvragen voor de landen waar uw aanvraag wel mogelijk is (tegen betaling). Een Gemeenschapsmerk geldt in beginsel 10 jaar.

Een internationale inschrijving

Dit houdt in dat u één inschrijving doet waarmee u een bundel van nationale inschrijvingen verkrijgt. Dit is het Internationaal merk en geldt binnen de landen die aangesloten zijn bij het Verdrag van Madrid 1967 en het aanvullende Protocol van Madrid 1989 – zie het onderaan dit artikel bijgevoegde bestand met deelnemende landen. U verkrijgt een Internationaal merk door middel van registratie bij de World Intellectual Property Organization (WIPO). Aangezien een Internationale inschrijving verloopt via het bureau in het land van oorsprong, hebt u eerst een Benelux-inschrijving nodig. U kunt terecht op de website van de WIPO via www.wipo.int. U kunt met één aanvraag een inschrijving verkrijgen een zeer groot aantal landen – zowel Europees als niet-Europees – waaronder de Verenigde Staten,  Japan, Rusland, China en Australië.

Een internationale inschrijving met als aangewezen land de EU

De vierde optie is een combinatie van een Gemeenschapsmerk en een Internationaal merk en valt uiteen in twee alternatieven. Het eerste alternatief is dat men – kort gezegd – een Internationaal merk kan baseren op een Gemeenschapsmerk. Dat betekent dat voor de nationale aanvraag  bij het bureau van oorsprong, het Gemeenschapsmerk wordt gezien als basisinschrijving (in plaats van het Beneluxmerk). Het tweede alternatief is dat men in de Internationale merkaanvraag normaalgesproken de landen kan aanwijzen waarvoor men een Internationaal merk wenst en dat men nu ook de EU kan aanwijzen als “land” waarvoor men de aanvraag wenst. Voordeel daarvan is dat het bestaan van één oudere merkinschrijving in een Europees land wél een Gemeenschapsmerkaanvraag zou frustreren, maar niet een Internationale inschrijving die op deze wijze wordt gedaan.

Afrika

Verder is er ook het African Regional Intellectual Property ORganization (aripo) indien u zaken verwacht te doen in Afrika. Hun website is www.aripo.org.

Bronnen:

  • www.boip.int
  • Beneluxmerkenwet
  • oami.europa.eu
  • Council of the European Union: Council Regulation (EC) No 40/94 of 20 December 1993 on the Community trade mark (the “CTMR”)
  • www.wipo.int
  • Madrid Agreement
  • Protocol relating to the MAdrid Agreement
  • aripo.org

Vereisten voor een geldig ontslag op staande voet 7:677

Samenvatting

Voor een geldig ontslag op staande voet moet voldaan zijn aan de volgende eisen en voorwaarden.

  1. Er moet sprake zijn van een dringende reden.
  2. Er moet vrijwel direct worden opgezegd (“onverwijld”).
  3. Tegelijkertijd met het ontslag, moet de dringende reden worden medegedeeld.

Verdiepend – Vereisten voor een geldig ontslag op staande voet.

Het komt voor dat een werknemer op staande voet wordt ontslagen. Een ontslag op staande voet heeft ingrijpende gevolgen voor beide partijen en er worden dan ook strenge eisen aan een ontslag op staande voet gesteld. In dit artikel zal worden ingegaan op de vereisten voor een geldig ontslag op staande voet, ook wel bekend als een opzegging wegens dringende reden.

Voor een geldig ontslag op staande voet moet voldaan zijn aan de volgende eisen en voorwaarden.

  1. Er moet sprake zijn van een dringende reden.
  2. Er moet vrijwel direct worden opgezegd (“onverwijld”).
  3. Tegelijkertijd met het ontslag, moet de dringende reden worden medegedeeld.

1. Dringende redenen

Voor de werkgever worden als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Dringende redenen zullen onder andere aanwezig geacht kunnen worden:

  1. wanneer de werknemer bij het sluiten van de overeenkomst de werkgever heeft misleid door het vertonen van valse of vervalste getuigschriften, of deze opzettelijk valse inlichtingen heeft gegeven omtrent de wijze waarop zijn vorige arbeidsovereenkomst is geëindigd;
  2. wanneer hij in ernstige mate de bekwaamheid of geschiktheid blijkt te missen tot de arbeid waarvoor hij zich heeft verbonden;
  3. wanneer hij zich ondanks waarschuwing overgeeft aan dronkenschap of ander liederlijk gedrag;
  4. wanneer hij zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering, bedrog of andere misdrijven, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt;
  5. wanneer hij de werkgever, diens familieleden of huisgenoten, of zijn medewerknemers mishandelt, grovelijk beledigt of op ernstige wijze bedreigt;
  6. wanneer hij de werkgever, diens familieleden of huisgenoten, of zijn medewerknemers verleidt of tracht te verleiden tot handelingen, strijdig met de wetten of de goede zeden;
  7. wanneer hij opzettelijk, of ondanks waarschuwing roekeloos, eigendom van de werkgever beschadigt of aan ernstig gevaar blootstelt;
  8. wanneer hij opzettelijk, of ondanks waarschuwing roekeloos, zich zelf of anderen aan ernstig gevaar blootstelt;
  9. wanneer hij bijzonderheden aangaande de huishouding of het bedrijf van de werkgever, die hij behoorde geheim te houden, bekendmaakt;
  10. wanneer hij hardnekkig weigert te voldoen aan redelijke bevelen of opdrachten, hem door of namens de werkgever verstrekt;
  11. wanneer hij op andere wijze grovelijk de plichten veronachtzaamt, welke de arbeidsovereenkomst hem oplegt;
  12. wanneer hij door opzet of roekeloosheid buiten staat geraakt of blijft de bedongen arbeid te verrichten.

Overigens zijn bedingen waarbij aan de werkgever de beslissing wordt overgelaten of er een dringende reden in de zin van artikel 677 lid 1 aanwezig is, nietig. Dat betekent dat ze geacht worden niet te hebben bestaan.

2. Onverwijld opzeggen

Een ontslag op staande voet moet onverwijld – met andere woorden: direct – worden aangezegd. Echter, zolang er voortvarend wordt gehandeld, is er gelegenheid voor:

i.          het instellen van een onderzoek naar diefstal,

ii.          het horen van de werknemer,

iii.          voor intern overleg en

iv.          voor het inwinnen van (juridisch) advies.

Ook mag worden gewacht totdat degene die bevoegd is om het ontslag te verlenen is gearriveerd. Het gaat er om dat de werkgever na het ontdekken van de dringende reden onverwijld ontslag verleent. Let op: te lang wachten met het instellen van een onderzoek naar een mogelijke dringende reden is in strijd met de eis van onverwijldheid.

3. Dringende reden mededelen

De ontslagreden moet tegelijk met het ontslag worden medegedeeld. De werknemer moet namelijk aan de hand van de ontslagreden zijn standpunt kunnen bepalen. De medegedeelde reden fixeert in beginsel de ontslagreden en kan later dus niet worden aangepast.

Afsluitend

Als u voorbereid wilt zijn op het geven van een ontslag op staande voet of als u op staande voet ontslagen bent en u zeker wilt weten of dat correct is gebeurd – of u wilt daar tegen in gaan – dan kunt u uiteraard contact opnemen voor nadere vragen en informatie.

 Bronnen:

  • Artikel 7:677 tot en met 7:679 BW
  • Tekst en Commentaar Arbeidsrecht
  • Kamerstukken TK