Home » Huurrecht / Woonrecht

Categorie archief: Huurrecht / Woonrecht

Huisvestingsvergunning: niet afwijzen ogv hoogte van het inkomen

Samenvatting

In tegenstelling tot hoe de gemeente Rotterdam  de Rotterdamwet tot op heden heeft uitgelegd en gehandhaafd,  staat in de Rotterdamwet juist niet dat de gemeente een huisvestingsvergunning mag weigeren op grond van de hoogte van het inkomen. Dat mag overigens wel op grond van het soort inkomen.

Verdieping – Huisvestingsvergunning

Een gemeente mag op grond van de Huisvestingswet voor bepaalde soorten woningen de eis stellen dat er eerst een huisvestingsvergunning wordt verkregen voordat men er mag wonen. Daarnaast kunnen bepaalde gebieden op grond van de Rotterdamwet (Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek) worden aangewezen “probleemwijken”. De gemeente mag extra eisen stellen aan mensen die in die probleemwijken willen wonen, voordat een huisvestingsvergunning wordt toegewezen. De gemeente Rotterdam heeft zich op het standpunt gesteld dat zij een aanvraag voor een huisvestingsverguning mogen afwijzen, als iemand minder verdient dan de voor die persoon geldende bijstandsnorm. Met andere woorden: als je niet genoeg verdient, mag je er niet wonen.

Niet de hoogte, maar de aard van het inkomen

Dat volgt echter niet uit de Rotterdamwet, want daar staat alleen dat men een inkomen uit dienstbetrekking moet hebben. De hoogte is daarbij niet relevant. Ook uit de Memorie van Toelichting blijkt juist dat het gaat om de aard van het inkomen; dat moet uit dienstbetrekking voortvloeien, zoals salaris, ww en pensioen. Bij een bijstandsuitkering mag de vergunning in beginsel dus wel geweigerd worden, want dat vloeit niet voort uit dienstbetrekking. Ook het beroep van de gemeente op een brief van de burgemeester, waarin die zich zegt dat een aanvraag voor een huisvestingsvergunning wel mag worden afgewezen op grond van de hoogte van het inkomen, wordt niet gehonoreerd. Bovenstaande volgt uit de hieronder toegevoegde uitspraak van de Rechtbank Rotterdam, sector bestuursrecht. Let wel: het betreft een voorlopige voorziening en dus is dit geen ‘eindoordeel’, maar de gemeente heeft naar aanleiding van deze uitspraak het bezwaar van de persoon waarvan de huisvestingsvergunningsaanvraag is afgewezen, alsnog gegrond verklaard. Resultaat: hij kreeg alsnog een huisvestingsvergunning.

Bron:

Advertenties